Waarde van zilveren munten

Soms krijg je een doosje met oude munten en dan rijst de vraag wat je in handen hebt. Het lijkt al snel iets bijzonders, die munten uit lang vervlogen tijden, en de hoop ontstaat dat het wel veel waard zou kunnen zijn. Zijn munten meer waard dan vroeger? Is het verzamelen van munten een goede belegging? In dit hoofdstuk een analyse van de waardeontwikkeling de laatste 50 jaar en het belang van kwaliteit.

De afgelopen 50 jaar

In de jaren 70 van de vorige eeuw gingen de prijzen van munten snel omhoog. Niet in de laatste plaatst door de sterk stijgende koersen van zilver en goud. Een bevriend muntenhandelaar verkocht rond 1980 de zilver cassette van Juliana, bestaande uit de 10 zilveren guldens, de 7 rijksdaalders en de 2 tientjes voor maar liefst 575 gulden. De rijksdaalders 1963 en 1964 waren 'zeldzaam' en werden verkocht voor resp. 75 en 100 gulden in Zfr. Bedenk daarbij dat de gulden in die tijd meer waard was dan de euro nu! Tegenwoordig betaal je voor die hele set ongeveer 85 euro en die twee rijksdaalders zijn helemaal niet zeldzaam en doen ongeveer 5 euro. In 1980 stortte de goud- en zilverprijs in. En daarmee ging ook de waarde van munten naar beneden. Nu waren de meeste zilveren munten meer waard dan enkel de waarde van het zilver. Toch daalden de prijzen fors. Dat kwam omdat naast de zilverprijs ook de vraag naar munten instortte.

De meeste prijzen bleven dalen tot rond 2000. Vanaf 2000 kwamen er veel nieuwe verzamelaars bij van euro-munten en een deel daarvan kreeg ook interesse voor munten van vóór de euro. Toch werd het verzamelen niet zo populair meer als in de jaren 70. Muntsets en coincards bleken een hype en de belangstelling nam af. Een ander fenomeen zijn speciale uitgiftes. Bijvoorbeeld munten en penningen over ons koningshuis of speciale herdenkingen. In de meeste gevallen worden deze niet meer waard dan de nominale uitgifte of onderliggende metaalwaarde. Koop ze als je ze mooi vindt, maar niet als belegging. Iets anders geldt voor speciale uitgiftes van circulatiemunten. Dan gaat schaarste weer een rol spelen. De meest bijzondere is wellicht de 2-euro munt van Monaco uit 2007 met een afbeelding van Grace Kelly. Die is zomaar 2.000 euro of meer waard en lijkt verder in waarde te stijgen.

De meeste zilveren munten van Juliana en Beatrix zijn enkel de zilverwaarde waard. En de meer gangbare zilveren munten van Wilhelmina gaan ook die kant op. Meer informatie over munten kan je vinden in de muntalmanak. De Nederlandse Vereniging van Munt Handelaren (NVMH) geeft elk jaar een muntalmanak uit met de waarde van munten in de verschillende kwaliteiten. Die almanak geeft een mooi overzicht van alle soorten en typen koninkrijksmunten. Maar staar je niet blind op de daarin genoemde prijzen. De waarde die daarin staat is de prijs die je betaalt bij een handelaar, niet wat je ervoor kan krijgen! Als je kijkt naar de reële waarde van munten, de prijs die onderling betaald wordt op bijvoorbeeld internet, dan moet je de cataloguswaarde in veel gevallen door 2 of soms wel door 3 of 4 delen! Als je munten aanbiedt aan professionele handelaars, dan krijg je misschien 20% van de cataloguswaarde terug. Een mooi overzicht van gerealiseerde opbrengsten van munten kan je overigens vinden op de site www.muntprijzen.nl van Mooie Muntjes.

Munten. Een goede belegging?

Wil je munten verzamelen als belegging, omdat spaargeld al helemaal niet rendeert? Of verzamel je munten, omdat je ze mooi vindt of omdat je interesse hebt in geschiedenis. Hobby's mogen toch ook geld kosten? Paarden eten je arm en moeten gestald worden, auto's vergen onderhoud en mooie wijn moet een keer op. Om maar wat te noemen. Van munten kan je tenminste nog genieten zonder dat ze onderhoud vergen of kapot kunnen gaan.

De waarde van munten is sterk gerelateerd aan de vraag. Maar hoe zit het dan met de interesse in munten? We betalen steeds meer elektronisch en steeds minder met munten. Er zijn al winkels die helemaal geen cash geld meer accepteren. Het lijkt een kwestie van tijd totdat er helemaal geen muntgeld meer gebruikt wordt. Dan wordt het een langzaam vergeten object waarvoor steeds minder interesse is. Of toch niet? Aan de andere kant zijn mensen van nature verzamelaars. Een voordeel daarbij is de toegenomen verhandelbaarheid. Vroeger kon je alleen munten kopen en verkopen op beurzen of veilingen. Of in de muntenwinkel. Elke stad had er wel één. Sinds de opkomst van internet kunnen we veel makkelijker onderling munten verkopen. Catawiki, Ebay en Marktplaats zijn enkele voorbeelden die de laatste jaren in populariteit winnen. Dus voor hetzelfde geld staan we aan de vooravond van een oplevende populariteit van munten.

In elk geval is de waarde van munten sinds 2000 aardig gestabiliseerd met uitzonderingen naar beneden en naar boven. Dat geld tenminste voor de oudere zilveren munten. Met de introductie van de euro heeft men massaal guldenmunten bewaard die voor de euro in circulatie waren. Bijna elk huishouden heeft nog wel ergens een doosje liggen. Wie gaat dat dan nog kopen? Er is totaal geen vraag naar. Inwisselen voor euro's kan ook niet meer. De enige die nog interesse heeft is de inkoper van metalen. Zilveren tientjes en zilveren 50 gulden stukken leveren dan nog de zilverprijs op, maar de nikkelen en bronzen munten komen niet verder dan zo'n 10 euro per kilo! Of minder. Onlangs verkocht iemand 10 kilo 5 gulden munten voor in totaal 90 euro. Dat zijn 1080 munten van 5 gulden. Ofwel 5400 gulden. Als je die bijtijds had omgewisseld had je er nog 2450 euro voor gekregen. Nu dus 90!

Hieronder volgt een analyse van de waardeontwikkeling van zilveren koninkrijksmunten over de afgelopen 50 jaar. Catalogi zijn naast elkaar gelegd en de prijzen zijn gecorrigeerd voor inflatie. Over de hele linie zijn zeldzame jaren (oplage tot 50.000), schaarse jaren (oplage tot 1.000.000) en gangbare jaren geanalyseerd in zowel Zeer Fraai als FDC.

Zilveren munten zijn behoorlijk waardevast en kunnen een leuke belegging zijn, mits ze van voor 1925 zijn of zeldzamere jaren na 1925. Minimaal in kwaliteit Zfr, maar probeer de gangbare jaren in betere kwaliteit te kopen. Overige munten zijn leuk om je verzameling te completeren, maar zie het niet als een belegging. Althans tot nu toe niet.

De belangrijkste conclusies van de uitgevoerde analyse zijn:

  • In 1980 was er een piek die tot de dag van vandaag niet meer is geëvenaard. Alleen zeldzame en schaarse jaren in FDC doen het de laatste 20 jaar goed en komen weer aardig in de buurt.
  • Gangbare jaren in Zfr hebben het moeilijk. Hun waarde schommelt tussen de 30% en 80% van die in 1970. Schaarse en zeldzame jaren blijven het wel in Zfr goed doen. 
  • Munten in FDC blijven het goed doen, behalve de gangbare jaren na 1925. Die blijven steken op 40% tot 90% van hun waarde in 1970.
  • Na de piek in 1980 was er over vrijwel de hele linie een daling tot begin 2000. Sindsdien blijft de waarde redelijk stabiel. Alleen gangbare jaren in Zfr blijven een dalende trend vertonen.


Qua waardeontwikkeling kan je de munten in vier categorieën indelen, zowel bij Zfr als bij FDC. In onderstaande grafieken is deze analyse nader uitgewerkt.

Voor deze analyse zijn 70 munten geanalyseerd van Willem 1, Willem 2, Willem 3, de vier types van Wilhelmina en Juliana. Zowel zeldzame jaren als gangbare jaren. In zowel Zfr als FDC. Gekeken is naar de waarde in 1970, 1980, 1990, 2000, 2010 en 2020. Guldens zijn naar euro's omgerekend én er is gecorrigeerd voor inflatie conform de CBS index van de laatste 50 jaar. De spreadsheet met alle data en onderbouwing van de grafieken kan bij interesse bij mij kosteloos opgevraagd worden via een mailtje.

Waardeontwikkeling van zilveren koninkrijksmunten tussen 1970 en 2020 in Zeer Fraai


Onderstaande grafieken laten de waarde ontwikkeling zien van 1970 tot 2020 in kwaliteit Zeer Fraai. De waarde is telkens genormaliseerd naar 100% in 1970. De grafieken laten dus de waardestijgingen en -dalingen zien t.o.v. de 100% in 1970. Bovendien zijn de waardes gecorrigeerd voor inflatie. Een grafiek die op 100 staat in 1970 en op 150 in 2020 geeft aan dat de waarde 50% gestegen is. Het blijkt dat we grofweg vier categorieën A, B, C en D kunnen onderkennen op basis van de waarde ontwikkeling van de geanalyseerde munten. 

Type A zijn zeldzame munten uit de 19e eeuw in Zfr. Bijvoorbeeld 5ct 1822U en 1853, 10ct 1868, 25ct 1896, guldens 1818U, 1896 en 1906 en 2,5G 1841 en 1863. Deze munten zijn na de piek in 1980 aanvankelijk in waarde gedaald, maar zijn sinds 1990 redelijk waardevast gebleven en nog altijd 2 tot 4 keer zoveel waard als in 1970.

Type B zijn met name schaarse munten in Zfr., zoals 10ct 1895 en 1898, 25ct 1898 en 1910, 50ct 1906 en gulden 1820U. Deze munten hebben na de piek in 1980 de stijgingen voor een groot deel weer verloren, maar blijven sinds 1990 redelijk waardevast op een niveau op of ruim boven dat van 1970.

Type C munten hebben minder geprofiteerd van de stijgingen rond 1980 en zijn daarna sterk gedaald tot onder de waarde in 1970. Vanaf 2000 lijkt dit enigszins te stabiliseren op 50% tot 100% van de waarde in 1970. Type C betreft vooral gangbare jaren van Willem 1,2,3 en Wilhelmina tot 1925 in Zfr. Opvallend genoeg ook zeldzame munten die kennelijk in Zfr toch niet zo zeldzaam zijn, zoals een 3-gulden, gulden 1910, 25ct 1945 en de 25 ct 1890.

Type D munten hebben veel minder geprofiteerd van de stijgingen rond 1980 en zijn daarna hard onderuit gegaan. Ook na 2000 laten deze munten een dalende tendens zien, rekening houdend met inflatiecorrectie. Inmiddels is de waarde van deze munten slechts 25% tot 50% van de waarde in 1970. Het betreft hier vooral gangbare munten van na 1925, maar ook veel voorkomende munten van Willem 2 en Willem 3. Opvallend is dat de rijksdaalders 1840 en 1898 in Zfr hier ook bij zitten.

Waardeontwikkeling van zilveren koninkrijksmunten tussen 1970 en 2020 in FDC


Onderstaande grafieken laten de waarde ontwikkeling zien van 1970 tot 2020 in kwaliteit FDC. De waarde is ook hier telkens genormaliseerd op 100% in 1970. Het blijkt dat we grofweg vier categorieën A, B, C en D kunnen onderkennen op basis van de waarde ontwikkeling. 

Type A zijn met name de zeldzame munten, zoals de genoemde munten type A in Zfr. Maar ook jongere munten, zoals de gulden 1945 en rijksdaalder 1932 GH doen het goed in FDC.  Deze munten zijn na de piek in 1980 wel gedaald, maar inmiddels weer aardig gestegen. Deze munten zijn 2,5 tot wel 10 keer zoveel waard als in 1970!  

Type B zijn met name schaarse munten, zoals de genoemde munten van type B in Zfr. Maar ook de meer gangbare munten van Willem 1 en 2 zitten in deze categorie. Deze munten zijn in FDC weliswaar gedaald na de piek in 1980, maar ze blijven redelijk waardevast sinds 2000 en nog altijd op niveau's van 1,5 tot 3 keer zo hoog als in 1970.

Type C munten hebben hun stijging in 1980 grotendeels weer moeten inleveren. Sinds 2000 blijven ze waardevast op het niveau van 1970 of iets beter. Type C betreft vooral gangbare jaren van Willem 3 en Wilhelmina tot 1925. Maar ook sommige schaarse jaren, zoals de 25ct 1945 en rijksdaalder 1840 blijven in FDC minder waardevast dan categorie A en B.

FDC munten van type A, B of C blijken het de laatste 50 jaar best goed te blijven doen. Dat geldt niet voor type D. Sinds 2010 lijkt hun waarde redelijk stabiel, maar wel stabiel laag op niveau's van 40% tot 90% van de waarde in 1970. We hebben het hier met name over gangbare jaren van na 1925. Hiervan zijn er nog zoveel in FDC beschikbaar dat de vraag achterblijft. 

Tot 1980 ging de waarde van alle munten snel omhoog, maar tussen 1980 en 1990 fors omlaag. Vooral de meer gangbare munten in gemiddelde kwaliteiten daalden hard door de afnemende vraag. De zeldzamere jaren en betere kwaliteiten daalden toen minder. Vanaf 2000 ontwikkelen de prijzen zich veelal in een rustiger tempo. Hieronder een analyse van de laatste 30 jaar per regeringsperiode.

  • Willem 1, 1815-1840. Zowel de zeldzame als de meer gangbare jaren van Willem 1 vertonen de laatste 30 jaar een stabiele trend en lijken dus waardevast te blijven. Zowel in Zfr als FDC.
  • Willem 2, 1840-1849. Zeldzame munten blijven redelijk waardevast. Zowel in Zfr als FDC. De meer gangbare jaren vertonen een dalende trend sinds 1990, zowel in Zfr als FDC met ongeveer 30%.
  • Willem 3, 1849-1890. Zeldzame munten doen het goed. In Zfr stijgingen van 10 tot 30%. In FDC zelfs tot 50%. De gangbare jaren blijven in FDC redelijk stabiel, maar dalen in Zfr met ongeveer 20%.
  • Wilhelmina Hangend Haar, 1892-1897. Zeldzame munten blijven in Zfr waardevast en stijgen in FDC zo’n 20%. Gangbare munten blijven dalen. Zowel in Zfr als FDC ongeveer 10-30%. 
  • Wilhelmina Diadeem, 1898-1909.  Alleen de zeldzame jaren in FDC blijven redelijk stabiel. Gangbare jaren bleven dalen tot 2000, maar lijken de laatste 20 jaar redelijk stabiel. In Zfr dalen deze munten over de hele linie met 10% tot 30%
  • Wilhelmina Hermelijnen Mantel, 1910-1925. Zeldzamere jaren blijven stabiel in zowel Zfr als FDC. De gangbare jaren blijven dalen, sinds 1990 zo’n 30%. Zowel in Zfr als FDC. Het lijkt erop dat de daling de laatste 10 jaar wat afvlakt.
  • Wilhelmina Ouder Type, 1926-1945. Deze munten blijven dalen. Met name tot 2000 bleven ze fors dalen, maar ook de laatste 20 jaar met ruim 20%. In Zfr zijn ze eigenlijk alleen de zilverwaarde waard. Alleen de zeldzame jaren in FDC blijven de laatste 20 jaar redelijk stabiel.
  • Juliana en Beatrix. Zilveren munten zijn enkel de zilverwaarde waard en volgen de zilverkoers. In FDC lijken ze de laatste 20 jaar redelijk waardevast.


n.b. deze analyse betreft gemiddelden. Er zijn uitschieters, zowel naar boven als naar beneden! Overigens zegt deze analyse niets over de toekomst. Misschien krijgen munten die gestegen zijn weer een correctie en stijgt de vraag naar munten die gedaald zijn, waardoor die weer gaan stijgen.

Kwaliteit

Een zeer belangrijke waarde bepalende factor is de kwaliteit van munten. In de eerste plaats moeten munten heel zijn en onbeschadigd. Middeleeuwse munten mogen nog wel wat randschade hebben, zoals een klein scheurtje, maar koninkrijksmunten vanaf 1818 zeker niet. Ze zijn dan zo goed als waardeloos. Dat geldt ook voor munten met gaatjes erin of munten met montagesporen, omdat ze tot sieraad verwerkt waren. Verder is in Nederland het volgende systeem gebruikelijk:

  • Zeer Goed (ZG). Zeer goed betekent enkel dat de munt nog zeer goed determineerbaar is. Dus welk type en welk jaartal. Maar daar is dan ook alles mee gezegd. Feitelijk is deze munt zeer slecht. De meeste details zijn verdwenen. Portretten zijn silhouetten. Sommige letters kunnen niet of slecht leesbaar zijn en de rand is vaak (deels) glad. Zie het meest linkse dubbeltje op onderstaande foto. Eigenlijk niet verzamelwaardig, tenzij de munt zo zeldzaam is dat een beter exemplaar zeer kostbaar is. Zelfs Goed (Gd) komt voor. Nog slechter dan ZG. Je kan dan nog net de munt determineren, maar daar heb je ook alles mee gezegd.
  • Fraai (Fr). Ook de term Fraai is misleidend, want zo fraai is deze munt niet. Zie het tweede dubbeltje van links. Een behoorlijk gesleten munt. Veel details zijn sterk gesleten, zoals baard en haren. Portretten zijn meer dan alleen een silhouet, maar het mooie is er wel vanaf. Veel verzamelaars vinden deze kwaliteit te laag.
  • Zeer Fraai (ZFr). Slijtageplekken zijn duidelijk aanwezig, maar niet storend. Veel details zijn nog goed te zien. Krasjes zijn niet hinderlijk. Op zich een mooie munt, maar het is geen topkwaliteit en de munt is duidelijk in omloop geweest. Een munt die voor de meesten verzamelwaardig is. Zie ook het middelste dubbeltje. De details in het portret zijn nog goed zichtbaar. Geen grote gesleten plekken. Maar de details zijn minder scherp en her en der zit duidelijk wat slijtage.
  • Prachtig (Pr). Deze munt is nog heel mooi en slechts kort in omloop geweest. Hooguit een enkel krasje. Er is wel heel lichte slijtage, maar alleen op de hoogste delen, zoals de toppen van krullen (haar) of manen (leeuw). Bij portretten lichte slijtage op bijvoorbeeld gezichtshaar. Delen van de originele muntglans zijn soms nog aanwezig. Zie ook het tweede dubbeltje van rechts.
  • Fleur de Coin (FDC). De munt is niet in omloop geweest en vertoont geen enkele slijtage. Haarscherpe details. Zie ook het meest rechtse dubbeltje. Originele muntglans is vaak aanwezig, tenzij de munt door de tijd een patina heeft gekregen. Als de munt toch lichte krasjes heeft als gevolg van het fabricageproces (munten die op elkaar vallen), dan noemen we zo'n munt UNC van Uncirculated. UNC heeft een waarde die ligt tussen Pr en FDC in.

Een munt die tussen Zeer Fraai en Prachtig zit noteren we als Zfr/Pr. En een munt die net wat beter is dan Fraai noteer je als Fr+. Enzovoort. De kwaliteit is zoals al gezegd zeer bepalend voor de kwaliteit. Een munt die in Zeer Fraai 100 euro waard is, zou in Prachtig 200 euro waard geweest zijn en in FDC wel 400 euro. Andersom in de kwaliteit Fraai slechts 50 euro en in Zeer Goed nog maar 25. Vaak verdubbelt de waarde dus elke stap. Maar dat is geen wetmatigheid. Sommige munten komen bijna niet voor in hoge kwaliteit en dan is het verschil nog groter. Andersom komt ook voor. Je kan je voorstellen dat het erg lucratief is om een munt mooier voor te doen dan dat die is. Een munt als Zfr verkopen, terwijl die Fr is levert al snel het dubbele op. Gelukkig zijn de foto's steeds beter en kan de koper zelf beoordelen of die het met een gradatie eens is. Hieronder nog een voorbeeld van vier Willem II rijksdaalders in resp. Fraai+, Zeer Fraai-, Prachtig en UNC.

Sheldon Grading Scale

Een andere methode van graderen die steeds populairder wordt in Nederland is de uit de Verenigde Staten overgewaaide Sheldon Grading Scale. Een 70 punts schaal om de kwaliteit van een munt te graderen. Vergeleken met de hierboven beschreven gradering, loopt de Sheldon Scale als volgt:

  • PO1 - AG3. About Good gradaties. Ofwel bijna Goed. Heel slecht dus. Nog net determineerbaar.
  • G4 - G6. Good. Ofwel Goed gradaties. Nog steeds heel slecht. Wel determineerbaar.
  • VG7 - VG11. Very Good. Ofwel Zeer Goed gradaties (Zg- tot Zg+). 
  • F12 - F15. Fine. Ofwel Fraai in gradaties (F- tot F+).
  • VF20 - VF35. Very Fine. Ofwel Zeer Fraai in gradaties (ZF- tot ZF+).
  • XF40 - XF45. Extremely Fine. Ofwel bijna Prachtig tot Prachtig.
  • AU50 - AU58. About Uncirculated. Ofwel ruim Prachtig tot bijna UNC (P+ tot UNC-).
  • MS60 - MS70. Mint State. Elf stadia van UNC tot gewoon FDC en heel mooi FDC. 

Niet alle stadia tussen PO1 en MS70 komen in de praktijk voor. Wel van MS60 t/m MS70. En hier gaat het nu juist om. Alleen nieuwstaat is niet voldoende voor de veeleisende verzamelaar. UNC (MS60) kan nog kleine krasjes bevatten door het vallen in de bak na de muntslag of munten die elkaar beschadigen bij transport. Vanaf MS64/MS65 zouden wij de munt doorgaans FDC noemen. Boven MS64/MS65 worden de aantrekkelijkheid van de munt, kleur, patina en glans belangrijker. MS70 heeft een magnifieke kleur of patina, prachtige muntglans en geen enkel contactspoortje. Vaak zeer zeldzaam, zelfs bij munten die veelvuldig voorkomen. Verzamelaars betalen daar ook een veelvoud van de normale FDC waarde voor. En dat is vaak al een pittig bedrag. Voorbeelden en aantrekkelijke aanbiedingen van op deze wijze gegradeerde munten vind je bijvoorbeeld bij MuntMarkt.

Wat je ziet de laatste decennia is dat met een afnemende vraag een over-aanbod ontstaat. Veel munten in kwaliteiten lager dan Zeer Fraai worden gedumpt. Zelfs oudere niet zeldzame koninkrijksmunten als halve guldens en rijksdaalders van Willem II, III en Wilhelmina. In de kwaliteit Fraai brengen ze vaak nauwelijks meer op dan de zilverwaarde. Er zijn er gewoonweg veel meer dan dat er interesse voor is. Andersom is er een beperkt aanbod van gecertificeerde munten in MS60 t/m MS70 voor de resterende verzamelaars. Is dit een goede investering? Gaat de vraag straks weer toenemen, waardoor men nog meer tegen elkaar moet opbieden om de schaarse MS60+ munten te kunnen bemachtigen en wordt deze categorie nog kostbaarder? Of is dit slechts een volgende stap in het creëren van schaarste om een interessant aanbod te kunnen bieden aan de resterende groep verzamelaars? De tijd zal het leren.